Вход на сайт

Просмотр новости

Найдите то, что Вас интересует

Het verdwijnen van onze kerk doet meer pijn dan gedacht

Дата публикации: 07-08-2026 11:00:00


De kerk waar Eva Rammeloo als kind naartoe ging, krijgt een nieuwe bestemming. Het doet meer met haar dan ze had verwacht. Wat is de betekenis van een kerk voor iemand die nooit echt heeft geloofd?


Основное содержимое страницы с новостью.

De kerk van mijn jeugd wordt verbouwd. Er waren de laatste jaren steeds minder missen, de pastoor werd al uit Duitsland gehaald, en nu fuseert de hele parochie met de buurparochie. Een nachtclub of een trampolinepaleis wordt ons oud-parochianen bespaard; er komen appartementen in. Een in onbruik geraakt gebouw wordt dus eervol hergebruikt. Toch doet het me meer dan ik had verwacht.

Eva Rammeloo is journalist en groeide op in het katholieke Zuid-Limburg.

De bakstenen kolos met drie verstrengelde ronde vensters boven de ingang stond op een verhoogd pleintje, als centrum van de naoorlogse Christus Koning parochie in Geleen. Mooi was hij niet per se, maar het was wel ónze kerk. De plavuizen, de glanzend gelakte houten bankjes, de brede pilaren waar je tijdens de druk bezochte kerstmis niet achter wilde staan omdat je dan niet kon zien wat er op het altaar gebeurde. Dat was vroeger, toen de nachtmis nog een échte nachtmis was. Het was het hoogtepunt van het jaar, en de hele parochie liep ervoor uit. Om een plekje te krijgen in de banken moest je vroeg zijn.

En dan maar zingen. Alsmaar zingen. Luidkeels zingen.

De nachtmis zat vol met bekende kerstliedjes, veelal in Latijn. En in de anonimiteit van de massa ging ik helemaal los. De mis zelf ging grotendeels aan me voorbij, mijn blik gleed liever over de andere parochieleden. Eerst zocht ik op een van de voorste rijen de grijze hoofden van mijn opa en oma. Dan zocht ik naar klasgenoten, en omdat die soms niet boven de massa uitstaken zocht ik hun ouders, onze buren en onze leraren. Na de mis wensten we elkaar buiten op de stoep, in de kou en in onze beste kleren, onder euforisch klokgelui, een zalig kerstfeest.

Wij waren toen nog geen opportunistische kerklopers die met kerst de plekken van de trouwere parochieleden innamen. Wij kwamen óók op gewone zondagochtenden. Zin had ik zelden, al nam ik mij geregeld voor beter te luisteren naar de pastoor en zijn preek. Die zou tot nadenken aanzetten. In werkelijkheid dreven mijn gedachten meestal alle kanten op. Nadenken ging goed in de kerk, maar zelden over de onderwerpen die de pastoor aanreikte. Hoogtepunt was voor mij het Topdropje of KING-pepermuntje dat mijn vader me toestopte. Anders dan de gereformeerde schrijver Maarten ’t Hart – die ooit schreef dat hij drie pepermuntjes meekreeg om de preek door te komen – hadden we in de katholieke kerk de hostie als ‘wit horloge’. De uitdaging was om hem op je tong heel te houden, helemaal tot het einde van de mis.

Deprimerend

Na de kerk was er koffie bij opa en oma. Op een dag vroeg ik mijn oma of ze nu echt alles geloofde wat er gezegd werd. Ze haalde haar schouders op: „Dat hoort nu eenmaal zo, het is altijd zo geweest en ik denk er niet meer over na”. Mijn opa was niet opgegroeid met de kerk, hij had zich tijdens zijn krijgsgevangenschap in de Tweede Wereldoorlog bekeerd. Meer dan mijn oma haalde hij troost en hoop uit het geloof.

Veel religies vind ik nogal deprimerend, en in zekere mate hypocriet. Maar het gaat niet alleen over de dogma’s. Van de katholieke kerk heb ik onthouden dat het leven gevierd moet worden.  De kerk gaf ons parochianen gebruiken, routines en herinneringen. Naast het kerkgebouw stond de katholieke basisschool, en daarnaast het hoofdkwartier van de scouting. De wereld voor een katholieke basisschoolleerling in het Zuid-Limburg van de jaren tachtig was simpel: het was míjn wereld.

De jaarlijkse, theatrale uitleg van het échte verhaal over Sint Nicolaas tijdens godsdienstles De Kruisweg op Goede Vrijdag, een rondgang langs de beeltenissen in de kerk die de etappes van Jezus’ lijdensweg vertellen. Het openen van de dag met het Onze Vader. Mijn doop, mijn communie, het vormsel en natuurlijk het ‘werk’ als misdienaar dat jaarlijks het recht gaf op een pretparkbezoekje. Ik draaide mee in de katholieke wereld zonder er nog iets van te vinden of te voelen. De kostuums droeg ik met enige trots – of het nu mijn Carnaval-outfit was, de toog als misdienaar of de Scoutingdas. Ik hoorde ergens bij, al begon ik me tijdens mijn tienerjaren af te vragen of ik daar wel bij wílde horen.

Samenkomen hoeft niet meer in een kerkgebouw, we hebben andere grond gevonden om in te wortelen

Het nieuws over de verbouwing van ‘mijn’ kerk hoor ik de avond voordat mijn kinderen op een seculier scoutingkamp vertrekken. Ik krijg twijfelachtige reacties wanneer ik buren en kennissen over dat kamp vertel. Het uniform, het hijsen van de vlag, het afleggen van een belofte en de regels (áltijd een donkerblauwe broek onder je blouse) schieten sommige mensen in het verkeerde keelgat. Het stramien zou te strikt en autoritair zijn. Maar de kinderen hebben er lol in, en voor hen en mij zijn het niet meer dan speelse kenmerken van een kader dat ook nut heeft: ze horen ergens bij. Net zoals het onvermijdelijke witte jurkje voor de communie op mijn achtste eigenlijk niet meer dan een onschuldig detail in mijn opvoeding was. Ik kan er nu van alles van vinden, maar het is onderdeel van mijn geschiedenis.

Dat er meer is dan het theater van de nachtmis, wisten we in de jaren tachtig en negentig ook al. Tegenwoordig wordt ons, zelfverzekerd westers volk, geen zingeving meer opgelegd door de pastoor of kapelaan. Een wandeling in de natuur, een theaterstuk, een dansvoorstelling, een knutselclub, een opleiding, een scoutingkamp of een muziekstuk op je koptelefoon: ieder vindt zijn eigen zingeving, en samenkomen hoeft niet meer in een kerkgebouw. We hebben andere grond gevonden om in te wortelen.

Alle begrip voor de noodzaak om de kerk om te bouwen tot appartementen – er gaat weinig schoonheid aan verloren. Ik haal mijn zingeving er al lang niet meer en ik voel me ook niet meer thuis in de parochie. Maar toen ik het bericht hoorde, voelde ik de kilte van de plavuizen, de ronding van het bankje en de lauwe straling van het kacheltje dat aan de pilaar was bevestigd. Ik zag weer het scherm waar de liedjes – zelden in één keer foutloos – op werden geprojecteerd. Ik zag de pastoor weer de hostie omhooghouden, en ik rook de wierook die nooit helemaal wegtrok tussen de dagelijkse missen.

De naamplaatjes en het buisje met as van mijn overleden grootouders is uit de kerkmuur gehaald en teruggegeven aan mijn familie. Het gaat niet om God, om Jezus, de Kruisweg, de kelken, de hosties of de compassie van de pastoor. Het kerkgebouw was lang het centrum van mijn familieverhaal. Het zijn de wortels van mijn geschiedenis, en de geschiedenis van vele anderen.

Схожие новости

#Наименование новостиТональностьИнформативностьДата публикации
1Boeken zijn een graadmeter voor hoe vrij een samenleving is 07.224-07-2026
2Mamá en haar kwijtgeraakte paspoort 06.7619-07-2026
3Laat het platteland maar leeglopen – de natuur en onze portemonnee zullen er blij mee zijn 05.7507-08-2026
4Overbelast door zorg voor je ouders? Zo voorkom je dat je zelf omvalt: ’Je rouwt om wie ze waren’06.6916-06-2026
5Mijn spreekbeurt over de bever 05.8807-08-2026
6В поисках утраченной веры // Уникальные церкви России и кто их сохраняет06.908-08-2026
7Begravning018.3312-05-2026
8LÄSARTEXT: Vernissage i Ringarbönninga01019-07-2026
9Här möts klasskamraterna igen efter ett helt liv013.9615-07-2026
10Verdighet i møte med døden0512-06-2026

Классификация: . Схожих патентов: 0. Схожих новостей: 10. Тональность: 0. Информативность: 6.47. Источник: www.nrc.nl.