Вход на сайт

Просмотр новости

Найдите то, что Вас интересует

Laat het platteland maar leeglopen – de natuur en onze portemonnee zullen er blij mee zijn

Дата публикации: 07-08-2026 11:30:00


De wetenschap is er duidelijk over, stelt Hidde Boersma: voor de natuur is het veel beter om op mínder grond méér landbouw te bedrijven. De rest kan terug naar de natuur. Maar dat betekent een verdere leegloop op het platteland, wat in Europa op veel weerstand stuit.


Основное содержимое страницы с новостью.

Als je het Europese landbouwdebat een tijdje volgt, voelt het alsof je in de film Groundhog Day bent terechtgekomen. Keer op keer gebeurt hetzelfde. Boeren vinden bij elke nieuwe milieumaatregel uit de EU dat hun werk nu toch echt onmogelijk wordt gemaakt. En natuurbeschermers zijn telkens gefrustreerd dat diezelfde regels veel te weinig natuurwinst opleveren. Oorzaak van deze herhaling van zetten is een weeffout in het Europese landbouwbeleid, het zogeheten Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). Die weeffout is dat Europa iets probeert te bereiken dat volgens de wetenschap nauwelijks mogelijk is. 

Hidde Boersma is gepromoveerd bodemmicrobioloog en oprichter van de techno-optimistische ngo wePlanet.

Dat zit zo: de afgelopen decennia is veel onderzoek gedaan naar de vraag hoe voedselproductie en natuurbehoud het beste gecombineerd kunnen worden. Binnen dat onderzoek zijn grofweg twee benaderingen te onderscheiden. De eerste is land sharing: landbouw en natuur zoveel mogelijk combineren op hetzelfde perceel. Dat betekent doorgaans extensiveren. Door minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen te gebruiken, proberen boeren akkers en weilanden aantrekkelijker te maken voor wilde planten en dieren. Biologische landbouw, regeneratieve landbouw en voedselbossen zijn bekende voorbeelden van deze aanpak. 

Het GLB zet op dit moment volledig in op dit land sharing. Een van de belangrijkste doelstellingen van de EU is dat in 2030 een kwart van de Europese landbouw biologisch wordt beheerd. Daarnaast stimuleert het beleid agrarisch natuurbeheer, kruidenrijke graslanden, bufferstroken langs sloten, houtwallen, heggen, akkerranden, extensieve beweiding en braaklegging, allemaal pogingen om natuur en landbouw te combineren. Boeren kunnen extra subsidie binnenslepen als ze hun bedrijf meer inrichten op land sharing. Het manco van deze aanpak is dat je meer land nodig hebt voor dezelfde hoeveelheid voedsel. En dat kan ten koste gaan van natuur.

Meer ruimte voor wilde natuur

Er bestaat een alternatief: land sparing. Hierbij probeer je de oppervlakte aan landbouw juist zo klein mogelijk te houden, door de productie te concentreren en optimaliseren op de vruchtbaarste gronden. Dat geeft meer ruimte voor wilde natuur. 

De afgelopen decennia is er enorm veel onderzoek gedaan naar welke van de twee scenario’s het beste werkt. Rondreizende wetenschappers onderzochten vlinders, insecten, bomen en dieren, in landen zo divers als India, Polen, Colombia, Oeganda en het Verenigd Koninkrijk. En telkens kwamen ze terug met hetzelfde verhaal: als je de biodiversiteit wilt redden, doe je dat het beste door zoveel mogelijk te doen op zo weinig grond. Het maakt niet uit hoe natuurvriendelijk je boert, zo concludeerden ze, de biodiversiteit op een weide of op een akker blijft marginaal vergeleken met wilde natuur.  

Een overzichtsstudie van de Universiteit van Cambridge gaf vijf jaar geleden misschien wel de beslissende klap. Daarin werden meer dan 2.500 dier- en plantensoorten onderzocht, met de duidelijke conclusie dat biodiversiteit het meest gebaat is bij hoogproductieve landbouw, gecombineerd met wilde natuur. Als dieren ooit verkiezingen zouden houden, zegt Cambridge-onderzoeker Rhys Green in de documentaire Paved Paradise (2023), dan stemden ze voor land sparing.

Land sparing blijkt bovendien ook het beste voor het klimaat. Ongeveer een kwart van de mondiale broeikasgasuitstoot komt voort uit de landbouw. Dat komt door het gebruik van machines, door het productieproces van kunstmest, door methaan uit de mond van de koe, maar vooral ook door het enorme ruimtebeslag. Elke hectare die nodig is voor voedselproductie kan immers niet langer CO₂ opnemen als bos, savanne of veengebied. Onderzoek van de Universiteit van Exeter liet in 2016 zien dat een aanzienlijk deel van de landbouwuitstoot kan worden gecompenseerd door de landbouw te concentreren, en zo ruimte vrij te maken voor natuurherstel.

Land sparing is ook nog eens goedkoper. Een studie van onderzoekers uit Cambridge toonde in 2022 aan dat wanneer je via beide benaderingen dezelfde hoeveelheid voedsel produceert, met dezelfde natuurwinst, land sparing ongeveer de helft goedkoper is. Een extra voordeel is dat boeren kunnen blijven doen waar ze goed in zijn: efficiënt voedsel produceren. Ook dat maakt land sparing een strategie met aanzienlijk meer kans op maatschappelijk en politiek draagvlak dan systemen die boeren vooral vragen om minder te produceren.

Enorme kans

Het Europese landbouwbeleid zit dus volledig op het verkeerde spoor als het gaat om natuurbehoud. Veel beter zou zijn als het zijn landbouw concentreert op vruchtbare plekken, terwijl het minder vruchtbare grond teruggeeft aan de natuur. Nu ligt er nét op dit moment een enorme kans om het beleid bij te sturen. Allereerst omdat het GLB volgend jaar wordt herzien. Dat gebeurt maar één keer in de zeven jaar. De onderhandelingen zijn nu gaande in de Europese Commissie.

Nog belangrijker is dat er een demografische kans ligt. Meer dan de helft van de boeren in de Europese Unie is ouder dan 55, en een derde ouder dan 65. Dat betekent dat van de ruim negen miljoen Europese boeren, er drie miljoen op het punt staan met pensioen te gaan. Het overgrote deel heeft geen opvolger.

Deze oude boeren werken grotendeels op zeer kleine boerderijen. De meesten hebben minder dan 5 hectare, en bijna de helft heeft een output onder de 2.000 euro per jaar. Hun gronden, vooral gelegen in de Spaanse binnenlanden, Zuid-Frankrijk, de Baltische staten en de bergachtige gebieden van Roemenië, Bulgarije en Hongarije, zijn doorgaans weinig vruchtbaar. Deze boeren produceren hoofdzakelijk voor eigen consumptie en dragen weinig bij aan de voedselzekerheid van het continent. Het zou dus nauwelijks iets uitmaken als we hun land, dat bij gebrek aan een opvolger niet gedwongen aangekocht hoeft te worden, omzetten naar natuur.

Zonder EU-steun zouden veel boerenbedrijven in Zuid- en Oost-Europa niet levensvatbaar zijn

Tot 2030 zal, zelfs in een voorzichtig scenario, ongeveer 5 miljoen hectare Europese landbouwgrond worden verlaten. Maar wat als we deze ontwikkeling een handje helpen? We kunnen de GLB-herziening van 2027 als kans aangrijpen. Voortaan moeten boeren niet langer alleen subsidie krijgen bij voedselproductie, maar ook als beloning voor maatschappelijke waarde. Boeren die vrijwillig stoppen op weinig vruchtbare gronden, behouden hun steun als zij hun land bestemmen voor natuurherstel, biodiversiteit, landschapsbeheer, waterberging of koolstofopslag. Ze worden zo dus betaald voor de ecosysteemdiensten die hun land levert.

Voor de meeste boeren zal zo’n regeling weinig aantrekkelijk zijn. Op vruchtbare gronden levert landbouw immers veel meer op dan de subsidie. Maar voor oudere boeren zonder opvolger op marginale gronden biedt zij een waardige uitweg. Het is een aanpak die zich elders al heeft bewezen. Costa Rica voerde een vergelijkbaar systeem in, waardoor het bosareaal in enkele decennia ongeveer verdubbelde. De landbouw concentreerde zich intussen op de productiefste gronden.

In zo’n ambitieus Europees scenario zou uiteindelijk tot wel 20 miljoen hectare landbouwgrond kunnen worden vrijgemaakt voor natuurherstel, een gebied bijna zo groot als Roemenië. Het zou een doelbewuste modernisering zijn: oudere boeren krijgen een fatsoenlijke uitweg, de overblijvende landbouw wordt productiever en Europa zet de grootste natuurhersteloperatie uit zijn geschiedenis in gang. Zonder dat er extra geld bij hoeft.

Culturele omslag

Om dat geaccepteerd te krijgen, is wel een culturele omslag nodig: we moeten de leegloop van het platteland omarmen. Maar in de EU gebeurt vrijwel het tegenovergestelde. In plaats van modernisering en schaalvergroting te stimuleren, is het landbouwbeleid er vooral op gericht bestaande bedrijven en demografie in stand te houden. De trek naar de stad is er nog steeds, maar in plaats van die te omarmen, probeert de EU die tegen te houden.

Neem de belangrijkste geldstroom uit het GLB: de hectaresteun, waarbij boeren een vast bedrag ontvangen per hectare landbouwgrond. Voor Nederlandse boeren vormt die steun doorgaans slechts een klein deel van het inkomen, maar voor veel kleine boeren in Oost- en Zuid-Europa is die steun de belangrijkste bron van inkomsten. Zonder deze betalingen zouden veel bedrijven economisch niet levensvatbaar zijn.

Dat heeft een belangrijke keerzijde. Omdat de steun alleen wordt uitgekeerd zolang de grond landbouwgrond blijft, wordt stoppen financieel onaantrekkelijk, ook wanneer een bedrijf nauwelijks nog rendabel is, de bodem uitgeput raakt of de boer de pensioengerechtigde leeftijd al lang heeft bereikt. Het houdt boeren gevangen op het platteland en in inproductiviteit. Omdat Brussel de leegloop van het platteland expliciet problematisch vindt, zijn er daarnaast allerlei Europese programma’s om mensen op het platteland te houden. Dorpshuizen krijgen EU-steun, net als lokale festiviteiten.

Omdat steun alleen wordt uitgekeerd zolang de grond landbouwgrond blijft, wordt stoppen financieel onaantrekkelijk

Ondanks al deze stimuleringsmaatregelen blijft het boerenbestaan in grote delen van Zuid- en Oost-Europa onzeker, arm en zonder perspectief. Kleine bedrijven blijven klein en kunnen niet concurreren. Ook vanuit duurzaamheid is er weinig reden tot vreugde. Meerdere onderzoeken laten zien dat kleine boeren zonder opvolger minder motivatie hebben om te verduurzamen en minder investeren in toekomstbestendigheid. Bovendien vindt een deel van de boeren de opgelegde milieunormen paternaliserend en onbetaalbaar.

Architect van de verandering

Willen we met succes een landsparingsbeleid gaan voeren, dan is er dus iemand met lef nodig. Iemand die de status quo durft te doorbreken. Daarvoor is het aardig om eens terug te denken aan het begin van het Europese landbouwbeleid. Ook toen kampte Europa met veel oude, kleinschalige boeren die arm waren en internationaal niet konden concurreren. De architect van de verandering was destijds Sicco Mansholt, de Groningse sociaal-democraat die tussen 1958 en 1972 de eerste Eurocommissaris voor Landbouw was. Hij introduceerde gegarandeerde minimumprijzen voor gewassen, subsidies voor modernisering en schaalvergroting en steun voor jonge, innovatieve boeren. 

Maar minstens zo belangrijk: hij ontwierp ook regelingen voor oudere boeren die wilden stoppen, waardoor ze waardig konden uittreden zonder een grote inkomensval. Hun beste gronden werden overgenomen door blijvende bedrijven, terwijl een deel van de marginale landbouwgrond uit productie verdween. Zo ontstonden, als onbedoeld neveneffect van landbouwmodernisering, honderdduizenden tot mogelijk zelfs enkele miljoenen hectares nieuwe natuur.

Dat gebeurde in een Europese Economische Gemeenschap die nog maar uit zes lidstaten bestond: Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië. Het is geen toeval dat juist die landen tegenwoordig tot de meest productieve en concurrerende landbouwregio’s van Europa behoren. De landen die later toetraden hebben de moderniseringsslag nooit in dezelfde mate doorgemaakt. 

Ook destijds stuitte Mansholt op felle weerstand. Zijn plannen werden gezien als een bedreiging voor het platteland en de traditionele landbouw. Toch durfde hij verder te kijken dan de problemen van het moment. Achteraf bezien legde hij de basis voor een sterkere Europese landbouw.

Misschien is dat wel de belangrijkste les voor het huidige debat. We moeten niet koste wat kost elke boerderij willen behouden, we moeten nadenken hoe we de landbouw van de toekomst willen vormgeven. De herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid biedt daarvoor een unieke kans. Wil de nieuwe Mansholt opstaan?

Схожие новости

#Наименование новостиТональностьИнформативностьДата публикации
1De droogte maakt de kwetsbaarheid van Nederland duidelijk 06.0504-08-2026
2Biologisch, scharrelend of met hartjes op het etiket: ook dat is uitbuiting 09.7807-06-2026
3Meer natuurlijk grasland en meer bebouwing0718-11-2025
4Eigendom van ecosystemen in Nederland0510-02-2026
5Elke dag zondag 09.2525-03-2026
6Weten Europeanen nog wat opoffering is? 09.2531-07-2026
7De groene praatjes van Shell zijn bullshitbruin 011.0702-08-2026
8Een laffe tijd kweekt rabiate helden 09.403-08-2026
9Landbouw gebruikt een vijfde minder gewasbeschermingsmiddelen0713-11-2025
10Ceuta en de opkomst van de ‘rheocratie’ 07.607-08-2026

Классификация: . Схожих патентов: 0. Схожих новостей: 10. Тональность: 0. Информативность: 5.75. Источник: www.nrc.nl.