Вход на сайт

Просмотр новости

Найдите то, что Вас интересует

Het Deense energiebeleid: idealistisch pragmatisme

Дата публикации: 10-06-2026 08:46:00

Pieter Boot sluit zijn rij van columns, over wederwaardigheden in het energie- en industriebeleid van omringende landen, af met Denemarken. Het land van de Europese Energiecommissaris is een beetje de beste leerling van de klas.

Основное содержимое страницы с новостью.

10-06-2026

Energiepodium hoofdafbeedling 5

Auteur(s) Pieter Boot

Pieter Boot sluit zijn rij van columns, over wederwaardigheden in het energie- en industriebeleid van omringende landen, af met Denemarken. Het land van de Europese Energiecommissaris is een beetje de beste leerling van de klas.

Al twee jaar achtereen heeft het de hoogste positie in de Climate Change Performance Index (dat is nummer 4: men vindt niemand goed genoeg) en ook de OESO zei in zijn landenrapport over 2026 vooral dat men door moest gaan op de ingeslagen weg. Wat wil je ook met een overschot in de overheidsfinanciën, lage overheidsschuld (de helft van Nederland als aandeel BNP), vrijwel op weg naar 70% vermindering van broeikasgasemissies in 2030 (waar Nederland 55% niet haalt), met een doel om in 2045 klimaatneutraal te zijn (vijf jaar eerder dan Europa). Elektriciteits- en gasprijzen liggen onder het Europees gemiddelde. Hoe krijgt men dit voor elkaar – en gaat er soms ook iets niet gelijk goed? Ik licht er enkele aspecten uit: de stadsverwarming, wind op zee, beleidsinstrumenten en industrie.  

Van oliecrisis naar stadsverwarming

Velen in Nederland kijken al jaren met jaloezie naar de Deense collectieve verwarming. Met recht. Een kleine 70% van de huishoudens is hieraan verbonden, die iets minder dan 60% van de huishoudelijke warmte levert.  In Nederland noemen we het stadsverwarming, in Denemarken is het breder: in de grote steden zijn de netten gemeentelijk bezit (ruwweg tweederde van de omzet), in kleinere gemeenten vooral coöperatief (een derde). 

De grote groei vond plaats na de oliecrises van de jaren zeventig. In eerste instantie draaiden ze op fossiele brandstof, gaandeweg is dit vervangen door biomassa, afval (samen bijna 80%), in mindere mate elektrische warmtepompen en nog een beetje fossiel. In eerste instantie werd gestimuleerd om de warmte uit warmtekrachtcentrales te gebruiken, nu het belang daarvan afneemt neemt de functie om flexibiliteit in het elektriciteitssysteem te vergroten toe. De Deense elektriciteit werd in 2025 voor 71% voorzien door wind en zon, en dan is het uiteraard voordelig om gebruik te maken van tijdelijk lage prijzen. Dat gebeurt door steeds meer grote warmtepompen en elektrische boilers. De gemeenten speelden een centrale rol in de toename van deze netten: ze moesten in de jaren tachtig per wijk warmteplannen maken, waarin op basis van een maatschappelijke kosten-baten analyse gekozen werd voor een warmtenet of gasnet. 

In zo'n warmtenetwijk moest iedereen meebetalen. Grote afnemers werden verplicht op een collectief net aangesloten tenzij ze konden aantonen dat andere oplossingen maatschappelijk goedkoper waren; hetzelfde gold voor appartementsgebouwen. Omdat alle netten anders zijn en de prijzen op kosten zijn gebaseerd verschillen de prijzen sterk. Collectieve warmtebedrijven is het echter verboden winst te maken, de tarieven zijn relatief stabiel en voorspelbaar. In het algemeen is collectieve verwarming dan ook goedkoper dan individuele. Die aanpak werd gaandeweg versoepeld en het prijstoezicht verscherpt. 

"In zo'n warmtenetwijk moest iedereen meebetalen."

Ook de individuele verwarming wordt stapsgewijs duurzamer: in 2028 wordt het gasnet in gelijke mate gevoed door aardgas en biogas, en veel andere individuele verwarming wordt door biomassa gevoed. Maar de Denen zijn pragmatisch: het grootste nationale gasveld is gemoderniseerd zodat men rond 2030 tijdelijk per saldo niet hoeft te importeren.  Gevolg van al dit biomassagebruik is wel dat Denemarken er veel van is gaan importeren (een derde), wat tot een veel groter aandeel biomassa dan de mondiale fair share heeft geleid. Vanaf 2025 zijn de duurzaamheidseisen sterk verscherpt, waardoor het aandeel biomassa moet gaan dalen en dat van de collectieve of individuele warmtepompen zal toenemen.   

Windland - niet zonder problemen

De warmtevoorziening wordt zo sterker met die van elektriciteit verbonden. Denemarken is bij ons als windland bekend, maar dat is de laatste jaren niet zonder problemen. De weerstand tegen wind op land is door de grootte van nieuwe turbines toegenomen en na tenders wind op zee die de overheid uiteindelijk geld opleverden, mislukte die van december 2024 omdat er geen biedingen waren. Hierna zijn de aangeboden kavels verkleind, er werd terug gegrepen op de contracts for difference die voorheen ook werden gehanteerd en de boetes bij niet-levering werden verlaagd. Dit leverde onlangs op 20 mei een aanbod voor twee kavels van in totaal 1,8 GW op. Dat was ook wel nodig, omdat de grote verwachte toename van het elektriciteitsverbruik primair door wind op zee voorzien moet worden. 

Het grote aandeel wind en zon vraagt uiteraard om een grote mate van flexibiliteit. Als klein land wordt deze primair door interconnectie geleverd. Denemarken profiteert daarbij van de kernenergie uit Zweden en waterkracht uit Noorwegen. Als het veel waait wordt er vooral naar het Verenigd Koninkrijk geëxporteerd, waar de elektriciteitsprijs doorgaans hoger is. Ook in Denemarken heeft de vraag naar batterijen en van datacentra de netbedrijven verrast. Hoogspanningsbedrijf Energinet zet vanaf maart nieuwe grote aansluitingen in de wacht. Een 'nationale energiecrisis staf’ moet vergunningverlening versnellen. In rapportages hierover ziet men Nederland als het land waarvan het voorbeeld te allen tijde vermeden moet worden. Veel hoop wordt gesteld op de vervanging van het first-come-first-served systeem dat tot een wachtrij van 'zombieprojecten' heeft geleid naar een onlangs ingevoerd first-ready, first-served systeem, waarbij projecten met complete vergunningen, financiering en in lijn met de nationale energiedoelen voorrang krijgen.  

Deens evenwicht

De OESO prijst het Deense evenwicht in beleidsinstrumenten: een balans van regels, beprijzing en innovatiesteun. Dat is mogelijk door, enerzijds, een aanpak waarin samengewerkt wordt met betrokken partijen en, anderzijds, de industriële structuur met weinig energie-intensieve industrie. Een voorbeeld van het eerste is de landbouwsector. Hier is op basis van een 'groen akkoord' een CO2-prijs afgesproken, die weliswaar bescheiden is (beginnend met omgerekend 16 euro/ton in 2030 en oplopend naar 40 in 2035), maar die zo in elkaar zit dat die daarna makkelijk hoger kan. De opbrengst gaat geheel naar de landbouw. De overheid stopt er zelf ook veel geld in om landbouwgrond om te zetten in bos, veengrond te vernatten en innovatie te versterken. 

Eigendom

Ook in de industrie komt er een nationale CO2-prijs van 50 euro bovenop de Europese met een minimum van 150 euro/ton voor beide samen (minder voor de cementindustrie). Dat is veel makkelijker in Denemarken dan in Nederland omdat er vrijwel geen energie-intensieve industrie is. De grootste bedrijven zijn te vinden in de scheepvaart (Maersk), farmacie (Novo-Nordisk), windindustrie (Orsted en Vestas), voedingsmiddelenindustrie (Carlsberg) en het bankwezen. Een in Nederland onderschat facet is de waarde die aan eigendom wordt gehecht. Orsted kent een controlerend staatsbelang, veel andere bedrijven kennen een controlerend belang door entiteiten die (fiscaal gunstig) in sterke mate op de lange termijn en R&D letten.  

Natuurlijk gaat ook niet in Denemarken alles vanzelf. Orsted en Vestas hebben het door marktomstandigheden en de Trumpregering moeilijk gehad. Het Deens beleid is gericht op stabiliteit en de klimaatfinanciering ligt tot en met 2031 vast. De nieuwe regering wil het beleid met kracht voortzetten.  

Pieter Boot

Pieter Boot is verbonden aan het CIEP en was sectorhoofd bij het PBL

Схожие новости

#Наименование новостиТональностьИнформативностьДата публикации
1België: zo dichtbij en zo verschillend07.7201-05-2026
2Oostenrijk leert ons dat ook eigendom ertoe doet07.1608-04-2026
3Laten we beter nadenken over staatsbedrijven05.0517-09-2026
4De vervuiler betaalt, de burger rekent af06.5115-06-2026
5Welles/nietes-discussie kernenergie ondermijnt democratische afwegingen010.3514-07-2026
6Een weerbaar energiesysteem is een circulair energiesysteem06.4112-06-2026
7Marinus Tabak, RWE Nederland: ‘Als je iets maar lang genoeg laat liggen, wordt het vanzelf een crisis’05.1818-06-2026
8ETS Review doet meer dan de kool en de geit sparen04.7824-07-2026
9Energiebesparing, best belangrijk. Maar hoeveel besparen we eigenlijk?06.8911-09-2026
10Ika van de Pas (Kenniscentrum Duurzaam Leven - Milieu Centraal): ‘Er is enorm veel onbenut potentieel’08.6318-09-2026

Классификация: Мнения. Схожих патентов: 0. Схожих новостей: 10. Тональность: 0. Информативность: 6.81. Источник: www.energiepodium.nl.