Вход на сайт

Просмотр новости

Найдите то, что Вас интересует

Energiebesparing, best belangrijk. Maar hoeveel besparen we eigenlijk?

Дата публикации: 11-09-2026 09:20:00

Verbetering van energie-efficiëntie is geen populair instrument. Het is grotendeels onzichtbaar, vereist noeste arbeid, is moeilijk meetbaar en verloopt meestal geleidelijk. Daar gaat geen minister, burgemeester of wethouder een lintje voor doorknippen. Vergelijk dat eens met zonneweides, windturbines en slimme batterijen. Jammer, want naarmate we minder energie nodig hebben, hoeven we minder energie op te wekken, te importeren, te transporteren en op te slaan. Het resultaat is structureel lagere energiekosten en minder CO₂-uitstoot. Wist u dat Nederland dankzij energiebesparing meer CO₂-emissie vermijdt dan dankzij zon- en windenergie?

Основное содержимое страницы с новостью.

11-09-2026

Energiepodium hoofdafbeedling 12

Auteur(s) Martien Visser

Verbetering van energie-efficiëntie is geen populair instrument. Het is grotendeels onzichtbaar, vereist noeste arbeid, is moeilijk meetbaar en verloopt meestal geleidelijk. Daar gaat geen minister, burgemeester of wethouder een lintje voor doorknippen. Vergelijk dat eens met zonneweides, windturbines en slimme batterijen. 

Jammer, want naarmate we minder energie nodig hebben, hoeven we minder energie op te wekken, te importeren, te transporteren en op te slaan. Het resultaat is structureel lagere energiekosten en minder CO₂-uitstoot. Wist u dat Nederland dankzij energiebesparing meer CO₂-emissie vermijdt dan dankzij zon- en windenergie?

Energiebesparing mag dan niet populair zijn, het wordt wel sterk bevorderd. De zeer hoge energiebelasting en accijnzen in Nederland zijn bedoeld om energiebesparing te stimuleren. Ook vraagt de EU haar lidstaten al sinds jaar en dag uitgebreid over hun energiebesparing te rapporteren. Voor de periode 2021-2030 zijn door de EU ook besparingsdoelen vastgesteld. Dat gebeurde in 2018 via de Energy Efficiency Directive (EED) om vervolgens in 2023 via het FitFor55 pakket flink aangescherpt te worden. Twee meetmethoden spelen daarbij een rol: de daling van de primaire en finale energievraag en de concreet gerealiseerde besparingen aan de hand van nationale maatregelen.

In FitFor55 is afgesproken dat het finale energieverbruik in de EU, volgens definitie EED, in 2030 nog maximaal 32000 PJ mag zijn. Voor Nederland is de vastgestelde streefwaarde, geen verplichting, ruim 1600 PJ. Het betekent een daling van 12% ten opzichte van 2020, toen het energieverbruik door Covid al relatief laag was. Voor het Nederlandse primaire energieverbruik (definitie EED) geldt overigens een daling van 21% als streefwaarde. Ik noem hier definitie EED omdat die helaas afwijkt van andere definities. Nu is sturen op energieverbruik natuurlijk een beetje dom. De afgelopen warme winters en de malaise in de Europese en Nederlandse industrie dragen immers flink bij om het energieverbruik terug te dringen. De strategie: “niet produceren, maar importeren”, scoort ook hier lekker. U kunt, soms indirect, bijna dagelijks dergelijke voorstellen in de krant lezen.

Maar als u denkt dat NL/EU haar doelen met betrekking tot het energieverbruik dus wel gemakkelijk zal halen, moet ik u teleurstellen. Ook hier blijkt het FitFor55 pakket overambitieus. PBL berekende (in 2025) dat Nederland maar een zeer kleine kans had haar 2030-doelen voor finale en primaire energie te halen. Binnenkort volgt een update.

Intelligent

De tweede meetmethode zit intelligenter in elkaar. Lidstaten moeten namelijk aantonen welke concrete energiebesparing wordt bereikt met de eigen beleidsmaatregelen. Een lager energieverbruik door een warme winter telt dan niet mee en vervanging van productie door import evenmin. Het gebruik van efficiëntere apparatuur, gestimuleerd door het Europese Ecodesign programma (bekend van de energielabels) valt ook buiten deze definitie. Het moeten namelijk nationale maatregelen zijn.

Energiebesparing wordt in de EED gedefinieerd als het verschil tussen het energiegebruik zonder maatregel en het energieverbruik met maatregel. Klinkt simpel, maar er valt best over te discussiëren. Ik heb ooit het effect van extra vloerisolatie op mijn energieverbruik thuis proberen vast te stellen en dat kostte, ondanks een ware meetcampagne, de nodige hoofdbrekens. Er gebeurt namelijk veel tegelijk: het weer verandert, de zon staat hoger, het aantal personen in huis varieert, enzovoorts. Het antwoord was overigens 6,5% besparing en geen 10% zoals voorgespiegeld. Desondanks prima investering. Vaak is ook onduidelijk welke concrete maatregel nu voor welk concreet resultaat zorgt. Heeft u uw thermostaat lager gezet vanwege de hogere energieprijs, de hogere energiebelasting, de smeekbede van een minister of vanwege een reclamecampagne op TV? Terzijde: wanneer dit gebeurde door de hogere gasprijs, telt het niet mee, want geen nationale maatregel.

Het is aan de lidstaten om een goede overtuigende methode te verzinnen. Zo kan gebruik gemaakt worden van gestandaardiseerde besparingen, van modellen inclusief onzekere prijselasticiteit of van het daadwerkelijke energiegebruik voor en na een maatregel. Dat alles gecorrigeerd voor verstoringen, zoals ik deed bij mijn vloerisolatie en uiteraard ook voor de ontwikkelingen dankzij het EU-beleid. Ook moet goed gelet worden op dubbeltellingen.

Bottum-up

Nederland heeft via de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO) gekozen voor een bottom-up benadering, waarbij veranderingen in het energieverbruik op systeemniveau als check dienen1. De Nederlandse energiebesparing wordt hierin bepaald uit fysieke maatregelen zoals isolatie van woningen, elektrische auto’s of warmtepompen. Omdat voor vrijwel al deze maatregelen subsidie wordt verstrekt, heeft RVO een redelijk goed overzicht van wat er in Nederland gebeurt. Die informatie kan vervolgens getoetst worden met het CBS dat eveneens veel gegeven verzamelt, en gecheckt met het totale Nederlandse energieverbruik in de diverse sectoren. Hogere energiebelastingen en accijnzen scoren in de Nederlandse methodiek alleen indirect, want ze leiden tot meer fysieke maatregelen.

Bijzonder is dat de EED doelstelling en rapportage is gebaseerd op de cumulatieve besparing tussen 2021 en 2030. Stel dat woningisolatie jaarlijks 300 m3 gas bespaart en die wordt in 2026 uitgevoerd. Dan telt deze besparing voor 5 jaar mee en kan Nederland 1500 m3 besparing inboeken.

Gebouwde omgeving

De meeste energiebesparing onder de EED wordt gerealiseerd in de gebouwde omgeving. Dat is logisch, want het energieverbruik is hoog en de gebouwde omgeving betreft vooral nationaal beleid. Op de tweede plaats bespaart de industrie veel energie volgens de EED definitie. Dat is minder logisch omdat de industrie gestimuleerd door het Europese ETS al flink op energie bespaart en dat telt niet mee.

Niet alle transitiemaatregelen scoren voor de EED. Nieuwe warmtenetten bijvoorbeeld niet, want het finale gasverbruik wordt dan vervangen door evenveel finaal warmteverbruik. Ook uw zonnepanelen helpen niet, u gebruikt daardoor wel minder stroom, maar niet volgens de EED definitie. Bijzonder voorts dat de EED geen ‘negatieve besparingen’ kent via extra energieverbruik. De massale aanschaf van airconditioners heeft dus geen invloed op de besparingsafspraak van Nederland. Het kan altijd beter, zullen we maar denken.

"Knip juist bij saaie besparingen eens een lintje door."

In totaal moet Nederland op deze wijze 1300 PJ besparen over de periode 2021-2030. Gemiddeld bespaart Nederland zo’n 30 PJ per jaar extra, zo blijkt uit de analyse van RVO; dat is circa 2% van het Nederlandse finale energieverbruik. Elk jaar opnieuw. De score uit 2021 telt vervolgens dan 10x mee, de score uit 2022 nog 9x enzovoorts. Mits we dit tempo de komende jaren nog even volhouden voldoet Nederland ruimschoots aan haar Europese opdracht van 1300 PJ.

De moraal van dit verhaal. Energiebesparing mag dan minder geliefd zijn, het is wel enorm belangrijk. Denk daaraan als u overweegt maatregelen te treffen. De reclames voor slimme thuisbatterijen zijn bijna niet meer te tellen, een relatief simpele besparingsmaatregel kan u veel meer opleveren en reduceert meer CO₂. Op nationaal niveau is het finaal of primair energieverbruik een domme parameter. Mocht u geïnteresseerd zijn, lees dan de rapportage van RVO, waarin concrete besparingen worden gelinkt aan concrete maatregelen. Of de samenvatting daarvan in de nieuwe Klimaat en Energieverkenning, die binnenkort verschijnt.  Tot slot de tip aan ministers, burgemeesters en wethouders om juist bij saaie besparingen eens een lintje door te gaan knippen. Goed voorbeeld doet goed volgen, per slot van rekening.

Martien Visser

Martien Visser is als Senior Fellow verbonden met het Centre of International Energy Policy (CIEP) in Den Haag. Hij is emeritus-lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen / Entrance. Voor zijn pensionering werkte Martien daarnaast als manager Strategie bij Gasunie, waar hij thans nog een adviesfunctie heeft. Martien schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Martien is met zijn ‘grafiekvandedag’ actief op X (@BM_Visser) en BlueSky (bmvisser.bsky.social).

Схожие новости

#Наименование новостиТональностьИнформативностьДата публикации
1De klimaatimpact van isoleren07.4703-07-2026
2Tariefsprong hoogspanningsnet vraagt om evaluatie kostenreflectiviteit05.0414-09-2026
3De baten buiten de energierekening05.3320-05-2026
4Elektrificatie: we zijn lekker op weg, maar waar gaan we heen?06.4922-04-2026
5Energiezekerheid begint met een eerlijk gesprek over gas06.4713-04-2026
6Laten we beter nadenken over staatsbedrijven05.0517-09-2026
7Sustainability 101: Let’s talk about energy efficiency012.3114-04-2026
8Slimme apparaten, dom systeem?08.1825-06-2026
9Hernieuwbare energie in Nederland 202508.7230-09-2026
10Wij dreigen ons meest onbekende exportproduct kwijt te raken: kwaliteitsturbines07.4621-09-2026

Классификация: . Схожих патентов: 0. Схожих новостей: 10. Тональность: 0. Информативность: 6.89. Источник: www.energiepodium.nl.